|
Ten zuiden van Zuidwolde lag de camping ‘Ekelenberg’. Door uitbreiding van de bedrijvigheid en woonbebouwing van Zuidwolde, is het terrein steeds meer onderdeel van het dorp geworden.
In overleg met de gemeente De Wolden werd daarom door de terreineigenaar een opdracht uitgezet om de camping te transformeren tot hoogwaardig woongebied. Op een bedrijfsbungalow na, wordt alle bebouwing gesloopt. Doelstelling daarbij is het ontwikkelen van een specifiek milieu met een geheel eigen kwaliteit: wonen in het bos. Daarbij past uiteraard het zo goed mogelijk handhaven en faciliteren van vleermuizen.
Doel Voor het bestemmingsplan werd, in het kader van de Flora- en faunawet, een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige natuurwaarden in het gebied (BügelHajema 2005). De wet gaat uit van een algemene zorgplicht en specifieke verboden. Zo is het verboden om vaste verblijfplaatsen te beschadigen van streng beschermde soorten (artikel 11). Alle vleermuissoorten zijn streng beschermd. In het natuurwaardenonderzoek kon niet worden uitgesloten dat de deels stenen gebouwen in het plangebied in gebruik zijn als verblijfplaatsen van de soorten gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Met nader onderzoek moest worden achterhaald welke soorten vleermuizen in het plangebied voorkomen, hoe ze gebruikmaken van het gebied en waar eventuele verblijfplaatsen zijn te vinden. Het is dan de vraag of de ontwikkelingen mogelijk negatieve effecten hebben op de aanwezige soorten en hoe dat is te voorkomen.
Uitgangssituatie Op het terrein stonden zomerhuisjes, stacaravans, sanitaire gebouwen en een loods. Bij de ingang stonden stenen bouwwerken, waaronder een kantine, een restaurant, een woning en een klein binnen- en buitenzwembad. Het geheel was aangelegd in wat zich nu laat aanzien als een gemengd bos. Gedeeltelijk gaat het om oud bos en gedeeltelijk om gevarieerde beplantingen, houtsingels en houtwallen. Tijdens de onderzoeksperiode was een groot deel van de camping buiten gebruik gesteld. Alle stacaravans werden verwijderd en de onbewoonde bungalows werden afgebroken. De gebouwen werden sinds enkele jaren niet meer onderhouden en waren in zeer slechte staat.
Vleermuisprotocol Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd zoals beschreven in het Vleermuisprotocol (Gegevensautoriteit Natuur). Het toepassen van het protocol geeft een grote mate van zekerheid dat de Dienst Landelijk Gebied geen aanvullend inventarisatieonderzoek verlangt bij een ontheffingsaanvraag en dat een onderzoek standhoudt in een eventuele juridische procedure. Dit protocol is in 2007 op initiatief van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging ontwikkeld, en geaccordeerd door de Dienst Landelijk Gebied (Ministerie LNV). Het onderzoek moet volgens dat protocol in een vleermuisseizoen, van april tot oktober, worden doorlopen. Per vleermuissoort is het aantal bezoeken, de tijd van het jaar en de tijd in de nacht en de duur van het veldbezoek vastgelegd, om zes gebiedsfuncties te onderzoeken. In het geval van sloop, zoals hier de centrale voorzieningen, gaat het om vier verblijfsfuncties.
Werkwijze De geschiktheid van het plangebied wordt bepaald door gebouwen en bomen overdag te inspecteren. Hierbij wordt gelet op kieren, gaten en aanwezigheid van restruimten, zoals spouwmuren in gebouwen. Ook wordt gekeken naar sporen van aanwezigheid van vleermuizen, zoals uitwerpselen. Bij bomen wordt gekeken naar boomsoort, grootte en leeftijd en de aanwezigheid van holen of loshangend schors. Hierbij kan onze boomcamera worden ingezet. Vleermuizen maken gebruik van echolocatie om zich te oriënteren in een gebied en voor het lokaliseren van prooien tijdens de jacht. Tijdens avondbezoeken kunnen vliegende en baltsende vleermuizen worden waargenomen door de ultrasone geluiden die zij maken, hoorbaar te maken. Dit kan met behulp van detectoren voor ultrasoon geluid. Tijdens de bezoeken worden de vleermuizengeluiden volgens de recentste technieken vastgelegd. Om met zekerheid vast te stellen welke soorten zijn waargenomen, worden de opnamen met behulp van speciale computerprogramma’s geanalyseerd.
Waarnemingen Op het terrein Ekelenberg zijn uiteindelijk zes vleermuissoorten waargenomen. Naast de eerdergenoemde soorten, betreft dit rosse vleermuis, franjestaart en grootoorvleermuis. Alle soorten gebruiken het terrein als jachtgebied. Alleen van grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis is verblijf vastgesteld. De laatste soort had zelfs drie verblijfsfuncties op het terrein. De schoorsteen en de betimmering van het zwembad werden als zomer- en winterverblijfplaats gebruikt door enkele individuen gewone dwergvleermuis. De inmiddels zeer bouwvallige vakantiehuisjes zijn een paar weken als paarplaats gebruikt door waarschijnlijk jonge en onervaren mannetjes. Naarmate het najaar guurder werd, zijn ze allemaal vertrokken naar minder tochtige en minder lekkende onderkomens. Grootoorvleermuis is vooral een boombewoner. Deze soort heeft van de ontwikkeling weinig te vrezen, aangezien alle grotere bomen worden gehandhaafd.
Bevredigend resultaat Op grond van de onderbouwde adviezen van de ecologen van BügelHajema Adviseurs werd voor de sloop van het zwembadgebouw door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een ontheffing verleend volgens artikel 75 van de Flora- en faunawet. Belangrijke overwegingen hierbij waren dat het bouwvallige en overbodige zwembadgebouw niet viel te handhaven, dat de sloop van de verschillende gebouwen in een geschikt jaargetijde en gefaseerd zou gebeuren en dat er in de nieuwbouw uitgebreide voorzieningen voor dezelfde soorten vleermuizen zouden worden getroffen. Bovendien is als extra, op een andere plek op het terrein, een vrijkomende geprefabriceerde kelder ingericht als halfondergronds vleermuizenwinterverblijf voor soorten als franjestaart en grootoorvleermuis. Aangezien de beschermde soorten zo feitelijk niet worden geschaad, zou de eerdergenoemde ontheffing onder de huidige praktijk als overbodig worden aangemerkt.
Download hier het bijbehorende projectblad
< terug |