|
Vooronderzoek Natuurbeschermingswet glastuinbouwgebied Wieringermeer |
|
De initiatiefnemers, verenigd in de ontwikkelaarcombinatie Agriport A7, hebben het plan opgevat om samen met de gemeente Wieringermeer een grootschalig glastuinbouwgebied in te richten.
De plangebieden liggen in het volledig grondgebonden agrarische gebied van de Wieringermeerpolder. Sommige watergangen en het IJsselmeer hebben de status van Ecologische Hoofdstructuur. Het IJsselmeer is tevens aangewezen als Natura 2000-gebied.
Doel Het risico van glastuinbouw voor natuurwaarden is, behalve ruimtebeslag, de uitstraling van de assimilatieverlichting. Gaande het project is over dat strooilicht het idee opgekomen dat het mogelijk moest zijn om in een planproces tot een ontwerp en een beheersregeling te komen, waarvan het bevoegd gezag op basis van het vooronderzoeksrapport zou kunnen besluiten dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten. Dit zodat er geen ‘passende beoordeling’ nodig zou zijn en er mogelijk zelfs geen Natuurbeschermingswetvergunning zou hoeven worden aangevraagd. Daarbij is van belang te bedenken dat het glastuinbouwgebied Wieringermeer aanvankelijk niet was opgenomen in de rijksvisie voor grote kassengebieden. Het was daarom voor de Natuurbeschermingswetprocedure een belangrijke vraag of kon worden aangetoond dat er geen alternatief voor een glastuinbouwgebied in de buurt van het IJsselmeer bestaat. Ook was het daardoor onzeker of er een dwingende reden van groot openbaar belang is gemoeid met de ontwikkeling ervan. Dat zijn de eerste twee van de ADC-criteria uit de afweging bij de ‘passende beoordeling’ voor de Natuurbeschermingswet 1998. Compensatie is het derde criterium.
Werkwijze Voor Agriport A7 en voor de latere uitbreiding is, via de m.e.r.-procedures, naar alle milieuaspecten gekeken en is het ontwerp van het voorkeursalternatief geoptimaliseerd. Daarbij kwamen twee belangrijke risico’s op significant negatieve effecten naar voren: - het ruimtebeslag op foerageergebieden van kleine zwaan, een soort waarvoor het IJsselmeer is aangewezen; - het strooilicht dat mogelijk tot boven het IJsselmeer zou reiken. Doordat er jarenlange waarnemingen beschikbaar waren (W. Tijsen) dat de kleine zwaan juist op suikerbietenresten foerageert, kon ruimtebeslag op dat foerageergebied als factor worden uitgesloten. Dat gewas werd nauwelijks in de beide plangebieden verbouwd. BügelHajema Adviseurs heeft aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie en in overleg met deskundigen van Alterra een norm ontwikkeld dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten, wanneer er minder dan 0,1 lux op een natuurgebied valt. Om de hoeveelheid strooilicht te bepalen, heeft Witteveen + Bos een computermodel gemaakt, waarmee zeker kon worden gesteld dat er minder dan 0,1 lux aan strooilicht over de IJsselmeerdijk zou komen. Voor alle stappen in dit proces is er een intensieve uitwisseling en samenwerking geweest tussen de ecologen van BügelHajema Adviseurs, de lichttechnici van kassenbouwers en het projectbureau Agriport A7.
Bevredigend resultaat Door in beide bestemmingsplannen (Grontmij 2005, BügelHajema Adviseurs 2007) te regelen dat er in donkerperiodes met een goede afscherming van verlichte kassen wordt gewerkt, kon zeker worden gesteld dat er geen significant negatieve effecten op het beschermde gebied IJsselmeer zijn. Daarmee worden ook geen effecten op de Ecologische Hoofdstructuur verwacht. Zo konden het project en de uitbreiding zonder vertraging en procedures doorgang vinden.
Download hier het bijbehorende projectblad
< terug |