Bij het opstellen van ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen en structuurvisies, maar ook ruimtelijke onderbouwingen, is het nodig dat duidelijkheid bestaat over de externe veiligheid. Bekeken wordt of er in het plangebied risicobronnen zijn. Dit kan gaan om:
- inrichtingen
- vervoer van gevaarlijke stoffen
- buisleidingen
Als er risicobronnen in het plangebied liggen, onderzoeken wij die. Als het nodig is, wordt een QRA-berekening gemaakt. Rond de risicobronnen bepalen wij de aanwezigheid en de omvang van de plaatsgebonden risicocontouren en de hoogte van het groepsrisico. Voor het groepsrisico wordt de personendichtheid binnen het invloedsgebied bepaald. Uit de berekeningen volgen het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De resultaten worden verwerkt in een rapportage.
Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico rond aardgastransportleidingen gebruiken wij het rekenmodel Carola.
Voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico van snelwegen of spoorwegen gebruiken wij het rekenmodel RBM II.
Loopt u tegen een specifiek probleem aan, dan kunt u contact met ons opnemen voor advies.