| Boomcameraonderzoek Thalenpark Drachten |
|
De gemeente Smallingerland wil het Thalenpark te Drachten herinrichten. Het park vormt het leefgebied van vleermuizen, die op basis van de Flora- en faunawet zwaar beschermd zijn.
Ten behoeve van de herinrichting zal onder meer een aantal bomen worden gesnoeid en geveld, waarin mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalve leiden tot overtreding van een verbodsbepaling van de Flora- en faunawet. Doel Het onderzoek heeft tot doel te bepalen of in het park verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn en of deze als gevolg van de werkzaamheden worden verstoord, dan wel vernietigd. In overleg zullen, indien mogelijk, praktische voorstellen worden gedaan om dit te voorkomen. Werkwijze In eerste instantie zijn alle bomen visueel geïnspecteerd op potentieel geschikte holtes en spleten. Met name bomen met een diameter van meer dan 30 centimeter zijn interessant voor boombewonende soorten als ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Allereerst zijn bomen met geschikte mogelijkheden voor vleermuizen genoteerd en vervolgens zijn deze bomen met een boomcamera intern bekeken op (sporen van) aanwezigheid van vleermuizen. Tot slot is van iedere individuele boom, op basis van de camerabeelden, de geschiktheid als verblijfplaats beoordeeld. De boomcamera bestaat uit een minicamera waarmee bomen intern kunnen worden bekeken. Een lichtbundel zorgt ervoor dat holtes goed worden verlicht. Middels een aansluiting op een laptop kunnen de beelden worden bekeken en vastgelegd. Door het gebruik van een telescoopsteel kunnen holtes tot op ruim tien meter hoogte gemakkelijk en veilig worden geïnspecteerd. Resultaat In totaal zijn in een halve dag tijd 190 bomen op zicht geïnspecteerd, waarvan 23 bomen potentieel geschikte holtes bevatten. Deze holtes zijn vervolgens nauwkeuriger bekeken met behulp van de boomcamera. Uiteindelijk zijn zes bomen (holtes) beoordeeld als geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. Deze holtes zullen op enig moment (uitgezonderd de winterperiode, vanwege de geringe omvang en samenhangende isolerende werking) door boombewonende soorten als verblijfplaats worden gebruikt. Er zijn tijdens het onderzoek geen vleermuizen waargenomen. In één holte zijn, middels de boomcamera, fecaliën (keutels) aangetroffen. Conclusie Het boomcameraonderzoek heeft voldoende informatie gegeven, waardoor verder aanvullend vleermuizenonderzoek niet nodig is. De bomen met holtes die als ongeschikt zijn beoordeeld, kunnen zonder problemen worden gesnoeid of geveld. Richting de opdrachtgever is voorgesteld om de zes bomen met geschikte holtes te sparen en binnen het herinrichtingsplan in te passen. Daarnaast kunnen de holtes worden behouden door de boomkroon tot minimaal 1 m boven de hoogst aanwezige holte in te korten, zodat de verblijfplaats niet verloren gaat. Deze onderzoeksmethode met de boomcamera biedt een aantal voordelen ten opzichte van regulier aanvullend vleermuizenonderzoek. Zo kan met een beperktere onderzoeksinspanning (tijd, mankracht) een gedegen inschatting worden gemaakt van de aan- of afwezigheid van vleermuizen, waarbij men veel minder afhankelijk is van het weer en het seizoen. Download hier het bijbehorende projectblad Of bekijk het project in Google Earth! < terug |